命取り inochitori znw.
1 fataal [dodelijk] zijn
酒が命取りになった。
Het drinken van alcohol werd hem fataal [veroorzaakte zijn dood].
Het drinken van alcohol werd hem fataal [veroorzaakte zijn dood].
2 (fig.) fataal [noodlottig] zijn
スキャンダルが命取りとなって失脚する。
Een schandaal werd hem fataal en veroorzaakte zijn ondergang.
Een schandaal werd hem fataal en veroorzaakte zijn ondergang.